Er is een vrouw die ik steeds vaker tegenkom. Niet op straat, hoor. Maar op tv, in de krant, op radio, op socials. Alsof ze een soort mediavampier is die zich voedt met aandacht. En nee, ik heb het niet over mijn ex.
Het is Chantal Janzen. Ja, die. Weet je wel: glimlach, blonde haar, altijd een beetje verbaasd kijken alsof ze net een konijntje uit een hoed heeft getoverd. Maar serieus, waar is ze niet? Je zapt naar RTL 4, daar is ze. Je luistert naar de radio, daar is ze weer. Je opent Insram, bingo. Chantal.
Een journalist van Privé, Jan Uriot, zegt het ook hardop: “Het is wel heel veel Chantal.” En ik snap hem. Niet dat ik Chantal haat. Ze is aardig, ze is vrolijk, ze kan praten. Maar moet je nou echt overal zijn? Moet je elk programma vullen, elke reclame, elk interview? Moet je elke dag bewijzen dat je er nog bent?
Ik zet de tv aan. Chantal. Ik zet de radio aan. Chantal. Ik drink thee en scroll. Chantal. Het voelt alsof ik in een parallel universum zit waarin er maar één vrouw bestaat. En die vrouw heet Chantal.
Ik vraag me af: is dit nou mediakronkje of gewoon uitputting? Want ik snap die journalist wel. Als je overal bent, ben je nergens echt. Alsof je een soort mediapudding bent – overal in, maar nergens echt zichtbaar.
En dan denk ik: misschien is dat nou juist het plan. Misschien is het slim. Zoveel aanwezigheid dat je niet meer weg te denken bent. Alsof je een mediavlek bent die zich langzaam over Nederland uitbreidt.
Maar hé, ik zeg niet dat ze moet stoppen. Ik zeg alleen: geef ook eens een ander een kans. Laat iemand anders de spotlight voelen. Laat iemand anders zeggen: “Wauw, ik ben op tv!”
Want als je overal bent, word je net zo makkelijk over het hoofd gezien als de afstandsbediening onder de bank.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
