Gisteren was het weer zo ver. Daar zat hij dan, op de tweede rij, met die das die nooit goed zit. Willem-Alexander, bij het afscheid van Thom de Graaf. En dan zegt-ie opeens: “Ja, echt bloedchagrijnig!” Alsof je oma vertelt dat de aardappels weer te zout zijn.
De pers schrok zich rot. Niet van de inhoud – want wat zei hij nou eigenlijk? – maar van de toon. Alsof je een koninklijk boerenwindje hoort tijdens een staatsontvangst. Bloedchagrijnig! Wie zegt dat nog? Mijn opa, als de tv-pas nog niet werkte. Maar een koning?
Hij zat daar tussen al die pakken en papieren, met Máxima die discreet glimlachte en Amalia die keek alsof ze alweer drie Netflix-series had gekeken. En dan zo’n uitspraak. Alsof hij net een voetballer hoorde zeggen: “We moeten het gewoon beter doen.”
Maar misschien is dat juist het punt. Misschien is hij gewoon een man met een hoofd vol deadlines, een dochter die examens heeft, en een vrouw die altijd weet waar de sleutels zijn. En dan komt Thom de Graaf eraf, na jaren zitten in stoelen waar niemand echt weet wat ze daar doen. Dan mag je toch wel even “bloedchagrijnig” zeggen?
Ik zeg het maar. De Raad van State. Klinkt als een oude soap. En wij kijken toe, met een kop thee, terwijl de koning ineens klinkt als mijn buurman die de brievenbus weer kapot heeft getrapt.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
