Er staat een foto van Yolanthe op Insram. Ze lacht, zon in haar haar, hand omhoog alsof ze iemand begroet. Maar die iemand is er niet. Geen broer. Geen zus. Geen tante met een grote tas. Alleen zij. Alsof ze in een leeg huis staat te roepen: “Ik ben er! Wie komt er spelen?”
Vorig jaar was het nog lawaaiig. Xavier hier, Xelly daar, tantes met mening, ooms die iets mompelden over eer. Nu? Stilte. Alsof iedereen is weggegaan na een feest dat te lang duurde. En Netflix kijkt toe. Netflix zegt niets. Netflix wil alleen blikken. Tranen. Een schouder die ophield. Maar geen familie meer om die schouder te geven.
Tina Nijkamp, die alles ziet maar niets doet, zegt dat seizoen twee “heel anders” wordt. Alsof ze een voorspeller is met een glazen bol gevuld met Netflix-data. “Ze zijn bijna geen familie meer,” zegt ze. Alsof het gewoon weer een aflevering is. Alsof het niet echt is.
Maar is het dat dan? Echt? Of is het juist daarom zo pijnlijk? Omdat we denken: dit is hun leven. Maar wij kijken erbij. Met onze chips. Onze deken. Onze afstandsbediening. En denken: arme Yolanthe. Terwijl zij misschien denkt: eindelijk rust.
Ik zeg niet dat het goed is. Ik zeg alleen: kijk eens hoe makkelijk we huilen om een leven dat we niet leiden. En hoe snel we vergeten dat familie niet is wat er op tv staat. Maar wat er overblijft als de camera uitgaat.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
