Je denkt: rijk, beroemd, mooi huis. Maar soms is het gewoon een keuken. En dan niet eens een lekkere.
Liza Plat woont nu in een rijtjeshuis. Geen kasteel, geen villa met uitzicht op de vijver, geen lift naar de kelder waar de wijn ligt te rijpen. Nee. Een rijtjeshuis. Zo eentje met buren links, buren rechts, en een tuin die net zo groot is als de voortuin van Jan Smit.
Hij kocht het voor haar. Lief, toch? Maar Liza zegt: “Dat wordt alweer de vierde keuken.” Alsof ze een keukenverzamelaar is. Alsof ze straks een museum opent: “Hier ziet u keuken 1: modern. Keuken 2: landelijk. Keuken 3: zwart-wit. En nu keuken 4: rijtjeshuis-standaard.”
Maar waarom baalt ze nou echt? Omdat het huis te klein is? Omdat de afzuigkap te zacht is? Of gewoon omdat het voelt alsof je van first class naar een fiets met bagagedrager overstapt?
Het gaat niet om de keuken. Het gaat om de schuifdeur. Die van glamoureuze villa naar ‘hallo buurvrouw, ik ben nieuw’. Van bodyguards naar: “Kan ik even een ei lenen?”
Jan Smit wilde misschien iets stils, iets veiligs voor haar. Maar stil is niet altijd fijn. En veilig voelt soms als: je bent buitenspel.
Toch. Ze heeft een dak boven haar hoofd. Geen bodyguard, geen paparazzi achter de heg. En als de keuken niet goed is, kan ze altijd nog koken bij de buren. Of gewoon bestellen. Er is altijd een oplossing. Behalve als je denkt dat geluk in een keukenkastje zit.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
