Er staat een container voor de deur. Geen kerstboom, geen slingers, geen bord ‘Welkom’. Nee, een puincontainer. Zo groot dat je er een koe in kunt stallen. En dat in Volendam, waar zelfs de meeuwen discreet zijn.
Liza Plat is dus echt vertrokken uit het oude leven. Weg van Jan Smit, weg van de kabeltelevisie, weg van de foto’s waarop je altijd lacht maar je ogen niet meedoen. Nu: hamers, stof, en een container vol kapot hout. Alsof iemand het verleden heeft ingezameld en buiten heeft gezet.
Je ziet het aan de foto’s: muren zijn weg, vloeren liggen eruit, er hangt één stopcontact in de lucht. Alsof het huis net wakker is geworden uit een coma en zich afvraagt: wie ben ik nu eigenlijk?
Maar Liza staat erbij alsof het allemaal deel uitmaakt van het plan. En misschien is dat ook zo. Soms moet je alles afbreken voordat je iets nieuws kunt neerzetten. Zelfs als het regent. Zelfs als de buren denken: ‘Is dit een verbouwing of een overval?’
Ik snap de drang. Je wilt geen sporen meer van vroeger. Geen deurklink die Jan ooit aanraakte, geen trap die kraakte onder zijn slippers. Alles eraf. Schoon bord. Nieuwe verf. Nieuwe lucht. Nieuwe Liza.
Maar ja, tussen al dat puin denk je: is vrijheid eigenlijk niet altijd een beetje lawaaierig? Moet je niet eerst kapot maken voordat je mag bouwen? En is een puincontainer soms de mooiste manier om te zeggen: ‘Ik ben nog niet klaar’?
Ik drink thee uit een mok met een scheur. Zelf heb ik ook geen zin in perfectie. Maar ik laat mijn verleden wel in de schuur staan. Liza gooit het in de container. Respect.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
