Splinter Chabot. Daar heb je hem weer. Met zijn glimlach, zijn microfoontje en zijn overtuiging dat hij precies is wie de kijker wil zien. Maar blijkbaar denkt een flink stuk van Nederland daar anders over. Want nee, het ging dit jaar niet om zijn kleding, zijn haar of zijn stem – maar weer om zijn plek. Op de Canal Parade. Als host. Weer.
“Snotaap!” roept iemand vanaf de kant. En eigenlijk zeg je als kijker: ja. Inderdaad. Wat doet hij daar nou weer? Alsof de parade een podium is voor mensen die al genoeg schijnwerpers hebben gehad. Maar goed, misschien is dat nu juist het idee. Schijnwerpers trekken schijnwerpers. Net als muggen en lantaarnpalen.
Hij is geen nepobaby meer, zeggen sommigen. Hij is gewoon een jongen met een bekend gezicht. Maar de gunfactor? Die mist men. En dat is geen grapje over zijn moeder of zijn carrière, maar over hoe hij overkomt. Niet onaardig, niet dom – gewoon: waarom jij?
SBS 6 gaf hem al eerder een ster. Nu de tweede. Maar dit keer geen applaus, eerder een zucht. Alsof de jury zegt: “We zien je, hoor. Maar moeten we je ook leuk vinden?” Het antwoord van het publiek is blijkbaar: nee.
Ik zit hier met mijn thee, afstandsbediening in de hand, en denk: waarom geven ze hem deze plek? Niet omdat hij zo goed is in praten tegen boten. Niet omdat hij zoveel weet van Amsterdam. Maar misschien omdat hij veilig is. Geen verrassingen. Geen risico’s. En in de media is veilig blijkbaar nog steeds genoeg.
Maar de kijker is niet gek. Die ziet het verschil tussen iemand die past en iemand die wordt gepast. En Splinter past niet. Niet op de parade, niet in de sterrentuin van SBS 6. Hij staat er, en dat is alles.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
