De doorsnee Nederlandse consument surfte vorig jaar nog op een golf van onwetendheid, terwijl de rest van de wereld al koers zette naar de eerste echte AI-revolutie sinds de uitvinding van de zoekmachine. En toch: het mediagebruik blijft opvallend stabiel. Alsof we in een tijdsreis zitten waarin de mensheid haar eigen irrelevante gedrag bestudeert. Geen sprake van paniek, geen plotselinge ommezwaai – nee, gewoon doorklikken, doorkijken, doordromen. Alsof ChatGPT een nieuwe variant van de AVROTROS-ochtendshow is.
Maar onder de oppervlakte kabbelt het. De groei van AI-platforms is explosief, sneller dan een aandeel in een overnamegolf op de Euronext. We spreken hier niet van marginaal gebruik door nerds in een kelder in Delft, maar van echte, harde groei in user engagement, adoptratiesnelheid en vooral: tijd per dag. En dat terwijl het gemiddelde huishouden nog steeds denkt dat ‘machine learning’ iets is wat je aanpast bij je fitnessapp. Ironisch genoeg is het precies dat soort onwetendheid dat de groei voedt. Mensen gebruiken AI, zonder te weten dat ze het doen. Zij zijn de data, en de algoritmes zijn de heren.
RTL, Videoland, Prime Video – ze profiteren allemaal van de groeiende aandacht, ook al is hun eigen AI-rol beperkt tot het aanpassen van een aanbevelingsalgoritme dat nog steeds denkt dat ik van romantische komedie houd omdat ik in 2019 één keer ‘The Holiday’ heb bekeken. Maar goed, de ROI is er: kijkcijfers stijgen, de kijkduur ook, en het publiek blijft komen. Niet vanwege visie, maar vanwege gewoonte. En gewoonte is, zoals iedere marketeer weet, de meest winstgevoelige vorm van loyaliteit.
Toch blijft de Nederlandse houding kritisch. Niet zozeer uit ethische bezwaren – daar is men te lui voor – maar uit een diepgeworteld mistrust in alles wat sneller is dan de gemiddelde Nederlander zelf. We zien kansen, zeggen we, maar we willen eerst een brochure. Een vergelijkingstabel. Een webinar. Liever drie vergaderingen over de risico’s dan één stap vooruit. Dat is de polder in zijn meest vernietigende vorm: een samenleving die met open armen de toekomst omarmt, zolang die maar op afspraak komt en een excuus heeft als het te snel gaat.
De waarheid? Nederland hinkt mee. Niet voorop, niet achteraan, maar precies in het midden, zoals altijd. De groei van AI is geen Nederlandse uitvinding, noch een Nederlandse prioriteit. We zijn geen Silicon Valley, we zijn geen Berlijn – we zijn een land van implementatie, geen innovatie. En dat is prima, als we maar stoppen met doen alsof we bijdragen aan de revolutie. We zijn de taxichauffeur die denkt dat hij iets te zeggen heeft over de elektrische omschakeling, terwijl hij alleen het stekkertje oplaadt.
De volgende fase is duidelijk: wie de AI-stroom kan monetiseren, wint. Wie blijft treuzelen met ‘ethische discussies’ en ‘maatschappelijke impact’, verliest marktaandeel, aandacht en uiteindelijk: invloed. De tijd van afwachten is voorbij. De data stroomt, de algoritmes leren, en de cijfers liegen niet. Alleen de mensen doen dat nog.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
AI wegwijzer in tijden van onwetendheid
Share with friends:
