De overheid is weer eens trots op zichzelf. Drie jaar vertraging, een interimregime dat uitgroeide tot permanente oplossing, en dan – als een bliksemafleider op een gotische kathedraal – komt zij eindelijk binnenzeilen: Jessica Hoitink. Niet als vrijwilligster bij de buurtop, nee, als lid van het Commissariaat voor de Media. Het driekoppige college is weer compleet, alsof het een kerkkoor is dat pas kan zingen als de derde basstem is aangekomen.
Alsof mediatoezicht in 2024 nog iets te maken heeft met voltalligheid. Alsof het aantal commissarissen een maatstaf is voor effectiviteit. Een typisch Nederlands reflex: structuren vullen, functies bezetten, papierwerk vermenigvuldigen – terwijl de media-echtijd al jaren geleden is ontsnapt aan de greep van de Zetstraat. Terwijl RTL, Videoland en Prime Video hun eigen spel spelen op het digitale schaakbord, zit het Commissariaat nog te schikken met personeelslijstjes.
Hoitink is jurist. Goed. Rechtbankdenken is geruststellend in tijden van chaos. Maar mediaregulering is geen kwestie van procesverbaal uitdelen. Het is een economisch slagveld. Wie kijkt, waar, hoe lang, op welk apparaat, tegen welke advertentie – daar draait het om. En daarop heeft het Commissariaat zoveel invloed als een gemeenteraad op de aandelenkoers van Shell.
Peter Eijsvoogel, haar voorganger, was een man van de oude stempel: correct, zorgvuldig, lichtelijk verouderd. Hoitink moet nu het onmogelijke: een institutionele dinosaurier transformeren tot agile watchdog. Maar wie gelooft er nog in een watchdog die niet eens over de juiste sensoren beschikt? Geen toegang tot kijkdata, geen grip op algoritmes, geen sanctiemacht over platformen die buiten Nederland zijn gehost. Het is toezicht zonder instrumenten – een symfonieorkest zonder instrumenten.
En toch: de aanstelling is geen zinloos gebaar. Ze is een signaal. Een poging tot normalisering. Een fluwelen handschoen over een lege vuist. De overheid wil laten zien dat het systeem werkt. Dat er nog mensen zijn bereid om in Den Haag te gaan zitten, te lezen, te adviseren, te waarschuwen. Maar normalisering is geen doel. Het is een troostpil voor een elite die niet wil zien dat de realiteit zich elders heeft gevestigd.
De levensvatbaarheid van het Commissariaat? Afhankelijk van één ding: of het ooit wordt toegerust als economische actor, niet als morele toeschouwer. Zolang het blijft steken in protocollen en jaarverslagen, terwijl de waardeketen van aandacht zich in seconden verplaatst van Amsterdam naar Silicon Valley, is het niets meer dan een dure decoratie.
En dat is precies wat het riskeert te worden: een museumstuk in een wereld die geen tijd meer heeft voor zorgvuldigheid.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Jessica’s zege
Share with friends:
