Het begon met een leegte. Geen dramatische knal, geen rookwolk, gewoon: Annechien Steenhuizen weg. Van de ene op de andere dag. Alsof ze was opgeslokt door de bank waarop ik zit, met mijn thee en afstandsbediening in de aanslag.
Nu, anderhalf jaar later, is de plek nog steeds leeg. Maar wél gevuld met geruchten. Want Annechien, onze vrolijke nieuwslezeres met de kalme stem, is nog steeds niet terug. En dat is niet niks. In de wereld van het nieuws is dat een eeuwigheid. Een mensenleven bijna.
In plaats van haar zien we Merel Westrik. Knap, kalm, zegt wat ze moet zeggen. Maar ik mis toch die glimlach van Annechien. Die manier van kijken alsof ze net iets grappigs heeft bedacht, maar het niet wil zeggen. Alsof ze denkt: “Jongens, dit is gekkenwerk, maar we doen het toch.”
Ik vraag me af: waar is ze? Thuis, met een kat? Op een eiland zonder wifi? Of gewoon moe? Moe van het kijken, van het zeggen, van het altijd “er zijn”?
Want dat is het: we denken dat mensen als Annechien er gewoon zijn. Altijd. Alsof ze onderdeel zijn van de tv, zoals de volumeknop of de terugkeer-toets. Maar ze zijn gewoon mensen. Met hoofdpijn, dromen, een buikgriep van de ziel soms.
En Merel Westrik? Die doet het prima. Echt. Maar het is niet hetzelfde. En dat hoeft ook niet. Maar ik mis de onvoorspelbaarheid van Annechien. Die ene keer dat ze lachte om een foutje. Alsof ze zei: “Kijk, het mag ook eens misgaan.”
Dus ja, de zender draait door. De tijd ook. Maar ik blijf wachten op die ene glimlach. Die ene blik. Die ene stem die zegt: “Hé, ik ben er weer.”
Tot die tijd: fijn dat je er bent, Merel. En Annechien? Geen haast. Rust maar uit. De bank is warm, de thee is klaar. We wachten wel.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
