De Nederlandse luistermarkt koopt zichzelf wijs dat een paar bekende stemmen en een vleugje muziek genoeg zijn om cultuur te noemen. Adformatie presenteert op haar ‘Dag van de Audio’ drie dj’s alsof het headliners op Lowlands zijn — Niek van der Bruggen, Niels Hoogland, Jente Kater — alsof we in extase zouden moeten raken van een gepimpte podcast met vaste advertentieblocks.
Alsof audio in 2024 nog iets te maken heeft met innovatie en niet met het opkuisen van reststromen uit de radiotuin van een overheerlijke plichtmatigheid. Zwitserlood, die in haar vrije tijd nog wel eens nieuws lijkt te lezen, fungeert als zegel van serieuze bedoelingen, maar wie houdt er zich nu nog mee bezig? De doelgroep is allang verdwenen naar Spotify, waar de content slimmer, sneller, en belangrijker: rendabeler is.
Adformatie doet alsof het een player is in de audio-economie, maar waar zijn de cijfers? Waar is de schaal? Waar is de winst? Ze verzamelen dj’s als verzamelaars oude postzegels — met nostalgie, niet met groei. Audio als hobby, niet als business. En dat is precies het probleem: in een tijd waarin Netflix de audiovisuele waardeketen domineert en Spotify zijn podcasts monitiseert met machine-learning en data-analyse, speelt Adformatie nog steeds ‘radio op zondagochtend’.
Als je geen ROI produceert, ben je geen innovator — je bent een decorstuk. En deze ‘Dag van de Audio’ is niets meer dan een goedbedoeld museumstuk voor mensen die nog denken dat een stem en een beat genoeg zijn om de markt te verzetten.
Het wordt tijd dat iemand zegt wat niemand durft: audio in Nederland is geen industrie, het is een subsidiegeil verlengstuk van een verdwenen tijdperk. En wie daar niet tegenin durft te gaan, verdient de anonimiteit die het verdwijnen van luisteraars met zich meebrengt.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Audio is cheap entertainment
Share with friends:
