Er was een keer een concert in Ahoy. Gewoon, muziek, mensen met kaartjes, bier, zo’n beetje het gebruikelijke circus. Maar nu zonder kaartje. Of beter: met kaartje, maar dan pas later. Want Gerard Joling wilde zijn concerten vol krijgen op een manier die rook naar truc. En niet zomaar een truc – een marketingtruc, zei Frans Duijts. En die man weet wat hij zegt. Of nou ja, zegt. Want hij zegt precies wat anderen al dachten: dit is geen pech, dit is plan.
Er gebeurde iets vreemds. Mensen konden geen kaartjes kopen. Of wel, maar dan moesten ze eerst iets anders doen. Iets wat voelde als een opdracht. Een soort quiz voor toegang. En dan? Dan kreeg je misschien een kans. Misschien. Alsof je in een realityshow zit, maar dan zonder camera. Zonder prijs. Zonder zin.
Critici rolden met hun ogen. Victor Vlam zei: “Kom op, dit is niet eerlijk.” En nu komt Frans Duijts, die normaal gezien weinig zegt, en zegt precies hetzelfde. Maar dan met een glimlach. “Het is een slimme zet,” zegt hij. Alsof hij een magiër ziet die zijn truc toont en zegt: “Ja, ik heb hier een konijn in mijn mouw, maar kijk nou hoe goed ik het verstop.”
Maar waarom zou je het moeilijk maken? Waarom een concert verkopen alsof het een geheime missie is? Gewone mensen willen gewoon zitten. Zingen. Een avondje weg. Niet puzzelen voor een plekje in de zaal. En toch: het werkt. Want nu praat iedereen erover. Dus misschien is het inderdaad slim. Maar slim is niet hetzelfde als goed.
Als je marketing nodig hebt om te vullen, is het dan nog populair? Of is het alleen lawaai? En wie wint? Gerard, omdat hij vol zit? Of de mensen, omdat ze eindelijk kritisch zijn over hoe dingen gedaan worden? Ik denk: laat het makkelijk zijn. Muziek hoort vreugde te geven, niet hoofdpijn.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
