Een ingenieur in Londen, die nooit een schroevendraaier heeft vastgehouden, ontwerpt een brug. Zijn berekeningen zijn feilloos, de windstille simulatie perfect. Toch stort het gevaarte in zodra de wind écht gaat waaien. Zo ziet de realiteit van AI eruit: elegant in theorie, rampzalig in uitvoering. Philip Kok, met zijn zachte stem en vaste overtuiging, denkt dat hij iets belangrijks zegt wanneer hij beweert dat AI de ruimte voor vakmanschap verkleint. Alsof hij de eerste is die het doorheeft. Alsof het een verrassing is dat geautomatiseerde mediocratie geen plek kent voor ziel.
Maar wie is Kok eigenlijk? Een man met een blog, een microfoon en een neus voor sentiment. Hij spreekt namens de bezorgde middenklasse, de creatieve die bang is voor zijn eigen irrelevante geworden. En terecht. Want AI genereert inderdaad efficiëntie, maar produceert geen cultuur. Het is een tool, geen visie. En net als een hamer geen architect is, zo maakt een algoritme geen kunstenaar. Toch is dat precies wat we nu massaal aan het doen zijn: we vertrouwen de productie van betekenis toe aan systemen die niets voelen, niets leren, niets willen.
Kijk naar de cijfers. De groei van AI-gebruik in media loopt parallel met het verdwijnen van redactionele verantwoordelijkheid. Redacties krimpen, budgets verdwijnen, maar de content stijgt. Een illusie van productiviteit. De ROI is kortetermijngeoriënteerd, de schade structureel. Oorspronkelijkheid wordt vervangen door variatie op het bekende. De mens wordt niet versterkt, maar verdrongen. En dat is geen toeval — dat is design.
De werkelijke vraag is niet of AI nuttig is. Dat is het. De vraag is: wie profiteert? Niet de maker. Niet de kijker. Niet de samenleving. Maar wel de platforms die schalen op kosten van kwaliteit. De bedrijven die met een paar klikken honderdduizend ‘unieke’ artikelen genereren, om adimpressies te sprokkelen. De echte winnaar is degene die de server beheert, niet degene die het idee had.
En dan die titel: *Wie heeft eigenlijk bedacht dat AI vooruitgang is?* Alsof het een revolutionaire gedachte is. Alsof het niet jaren geleden al duidelijk was dat elke technologie twee kanten heeft. Vooruitgang is niet automatisch goed. Vooruitgang is alleen goed als ze menselijke waarde verhoogt, niet als ze die verdringt. En op dit moment is AI vooral een excuus voor luiheid, voor visieloos management, voor de poldergedachte dat alles wel goed komt als we maar genoeg data gooien in de machine.
De toekomst? Eenvoudig. AI blijft. Maar degenen die zich laten verleiden door haar efficiëntie, verdwijnen. Wie wil overleven, investeert in onherhaalbaarheid. In de mens. In het imperfecte, het riskante, het echte. Want daar zit de waarde. Niet in de schaal, maar in de diepte.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Kunstmatige intelligentie komt tekort
Share with friends:
