Mijn buurman heeft een hond. Elke ochtend om half acht blaft-ie tegen niets. Gewoon, de lege lucht. Alsof-ie denkt: “Hallo, wereld, ik ben er weer.” Zo voelt het ook een beetje met Monique Smit. Zij staat al jaren met haar kop tegen de deur van haar broer Jan. Klop, klop, klop. Maar binnen? Stilte. Radiostilte, zeg maar.
Niet dat ik het Jan kwalijk neem. Stel: jij stuurt je zus een appje, en dan krijg je er eentje terug met “geniet van je glorie, dombo”. Of zoiets. Dan denk je ook: nee, dank je. Dan houd je je mond dicht. En je telefoon op slot.
Maar Monique wil het blijkbaar weer goedmaken. Ze mist haar broer. Of nou ja, ze mist het idee van een broer. Iemand die je kent van vroeger, die jouw gekke ouders ook moest verduren, die weet waarom je nooit meer kerstkoek eet. Maar Jan? Die zit lekker bij RTL. Presenteert, zingt, lacht in de lens. Alsof hij geen zorgen heeft. En misschien heeft-ie die ook niet. Behalve dan die zus-appjes.
Ik snap het wel, hoor. Familie is als een oude trui. Soms kriebelt-ie, soms past-ie niet meer, maar je houdt er toch van. Alleen… als je die trui jaren in een kast laat liggen, en dan opeens aantrekt bij een feestje, dan kijkt iedereen raar. Zo voelt het ook met Monique en Jan. Ze wil weer knuffelen, maar hij denkt: “Wacht, had jij mij niet uitgescholden?”
Er wordt gefluisterd over gemene berichten. Over trots. Over troep die nooit is opgeruimd. Maar weet je wat het is? Het gaat nooit om de woorden. Het gaat om de tijd ertussen. Vijf jaar stilte. Tien jaar. Hoe zeg je dan opeens: “Hé, broertje, wil je koffie?”
Ik denk: Jan wacht op een echt sorry. Niet via Story, niet via een interview. Maar gewoon, een berichtje. “Het spijt me. Ik was boos. Ik was gekwetst. Maar jij bent mijn broer.” Tot die tijd? Blijft de deur dicht. En de telefoon stil.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
