Gisteren weer zo’n avond. Je zit lekker op de bank, kop thee, afstandsbediening binnen handbereik. Dan denk je: even kijken wat er op tv is. En opeens: vuurwerk. Maar dan van het soort dat knalt in je gezicht.
Peter Pannekoek is terug. Niet bij de bakker, nee, bij het Gouden Televizier-Ring Gala. Eén jaar weg, alsof hij ziek was van de zenuwen. Maar nee, hij was gewoon aan het scherpen. Op zijn tong. Want zodra hij het podium op liep, ging de zaal al in rook.
En het begon met: ‘61 jaar!’ Zo hard, zo scherp, zo onverwacht. Alsof iemand een theelepel suiker in je bier doet. Humberto Tan, de man met de glimlach van een zonnige dag, stond er opeens bij alsof hij betrapt was op het stelen van de laatste bitterbal. Maar Humberto houdt zich goed. Lacht mee. Of doet alsof. Dat is ook een kunst, hè, op tv.
Pannekoek roastte verder. Tim Hofman kreeg er ook van langs. En Thomas van Groningen. En zelfs de NPO. Alsof hij een boodschappenlijstje afwerkt: ‘Vandaag: iedereen pijnigen.’ Maar het is niet gemeen. Nee, het is zoals een oud tante wijst op je vieze sokken onder de bank. Iets wat iedereen ziet, maar niemand durft te zeggen.
En daarom is Pannekoek nog steeds nodig. Omdat wij, gewone mensen met een afstandsbediening en een kritische blik, het fijn vinden als iemand hardop zegt wat wij denken. ‘Ja, die Humberto, altijd zo vrolijk, alsof hij nooit ouder wordt.’ Maar hij wordt dus wel ouder. En dat is helemaal niet erg. Alleen: zeg het dan gewoon.
Het gala gaat door. Er worden prijzen uitgereikt. Er wordt gepraat over ‘bijzondere prestaties’. Maar wij onthouden één ding: die ene zin. ‘61 jaar!’ Want daar gaat het om. Niet om de glans, niet om de jurken, maar om de moed om te lachen. Zelfs als het pijn doet.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
