Er was een keer een man die dacht: ik zeg iets over asielzoekers, en dan lacht iedereen. Maar in plaats van gelach, kreeg hij een stilte die je kon snijden met een broodmes.
Thomas van Groningen, bekend van alles en nog wat, stond in De Oranjezomer – niet het seizoen, maar het programma – en liet er eentje vallen. Over asielzoekers. En nee, het was geen lovende ode aan hun doorzettingsvermogen of hun kookkunsten. Het was een grap. Of nou ja, ‘grap’ is een groot woord. Het klonk meer als iemand die dacht: dit mag toch zeker? En toen bleek van niet.
Leontien van Moorsel, die ook in de studio zat, reageerde met een ‘Ah, nee, jongens!’, alsof ze per ongeluk in een doornenstruik greep. Niet boos, niet huilend, maar met die blik van: waarom zeg je dat nou? Alsof je een kind ziet dat net een taart in zijn gezicht heeft gesmeten – grappig voor hem, ongemakkelijk voor iedereen om hem heen.
Ik zit hier met mijn thee, afstandsbediening in de hand, en denk: waarom doen we dit eigenlijk? Is elke uitspraak een proef op de som? Moet je nu altijd denken: zit er iemand in de kamer die dit verkeerd kan opvatten? Maar dan weer: ja. Dat is het leven. Vooral als je op tv staat. Dan is je micro-uitbarsting ineens een landelijk nieuwsfeit.
En dan is er nog iets: het ging over asielzoekers. Niet over het weer, niet over een verkeersopstopping. Iets wat mensen écht aan het hart gaat. Dus ja, dan mag je wel wat voorzichtiger zijn. Zeker als je in een programma zit dat zichzelf serieus neemt.
Maar goed, ik zeg niet dat je nooit meer iets mag zeggen. Grappen maken is menselijk. Alleen: kies je moment. En misschien niet met een volle studio, een camera in je gezicht en een land dat meekijkt. Dan is het geen stand-up, dan is het een test: wie snapt de toon?
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
