Er staat een vrouw in de keuken. Koffie op, telefoon aan, ogen op het scherm. Ze kent die stem. Dat is Tina Nijkamp. En die man met de muts? Jandino. Weer. Altijd weer. Maar nu met een show voor kinderen. En dan niet zomaar kinderen. Nee, kinderen van 9 tot 12. De leeftijd waarin je denkt dat je alles weet, maar nog steeds een luier droeg bij de laatste verkiezingen.
Maar wacht. Niemand kijkt. Kijkcijfer nul. Niet één kind. Geen enkel. Alsof iemand een feestje had aangekondigd met gratis ijs en niemand kwam opdagen. Behalve de ijskar zelf, die verdrietig in zijn eigen vrachtwagen zit te huilen.
Tina zegt het hardop: “Waarom zit hij nog op tv?” En ze heeft een punt. Niet omdat hij niet grappig is. Maar stel: je maakt een programma voor kinderen, en geen enkel kind kijkt mee. Dan is het geen kinderprogramma. Dan is het een soort eenzame schreeuw in een opnamestudio.
Jandino probeert het op zijn manier. Met grappen. Met gekke mutsen. Met snel praten. Maar kinderen van nu? Die zitten op TikTok. Daar zien ze een varken dat skateboardt. Of een tiener die huilend een liedje zingt over een ex die nu met haar zus is. Dat is real. Dat is pijn. Dat is lol.
En dan komt Jandino met een hopi. Sorry, wat? Een hopi? Is dat een dans? Een slang? Een soort broodje? Geen idee. Maar het klinkt alsof het uit een boek komt dat je op school moest lezen en waar je nooit iets van begreep.
Tina zegt: “Hij moet stoppen.” Niet uit meanst. Maar uit moeheid. Alsof je een vriend ziet struikelen over dezelfde drempel, elke dag weer. “Tina, help.” “Nee, Jandino. Ga naar huis.”
Maar hij blijft. Omdat hij denkt: misschien volgende keer. Misschien kijken ze dan. Misschien is er een kind, ergens, dat lacht. Maar dat kind zit op dat moment op zijn bed, met oortjes in, en kijkt een YouTuber die een worm eet.
De tv wacht. De afstandsbediening ligt op de bank. En niemand drukt op play.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
