Je ziet het aan je man. Die zit ineens met zijn voeten op tafel, kijkt naar Gooische Vrouwen en zegt: “Hé, die ken ik toch van die serie over de voetbaltrainer?” Ja schat, dat is Waldemar Torenstra. Weer.
Ik snap de zucht van Guido den Aantrekker. Nog een keer uit hetzelfde bakje trekken? Alsof je voor de vijfde keer achter elkaar pinda’s eet uit de snackdoos. Lekker, ja, maar moet nou écht?
Deze man is overal. Gisteren nog bij de dokter in de serie, nu weer in de tuin van een Gooische vrouw die huilend haar Prada-tas laat vallen. Het is alsof je elke week dezelfde kerststal ziet, maar dan met andere slingers.
Maar goed, misschien is dat nou juist het plan. Je hoeft niet uit te leggen wie hij is. Geen intro, geen “en nu speelt hij dus…” Nee, hij komt binnen, doet zijn jas uit, zegt iets over geld of trouwen of gevoel, en iedereen knikt. Alsof je oma binnenkomt met appeltaart. Vertrouwd.
Toch vraag je je af: is er niemand anders in Nederland die kan acteren? Of is Waldemar gewoon de standaardinstelling geworden, zoals de afstandsbediening van je moeder? Altijd dezelfde zenders, altijd dezelfde knoppen.
Ik zeg niet dat hij slecht is. Integendeel. Maar als je elke keer hetzelfde gerecht krijgt, zelfs als het lekker is, wil je af en toe toch wat anders op tafel? Een aardappel, een groente, een nieuwe stem?
De opnames zijn in volle gang, zeggen ze. Linda de Mol lacht in de camera, de zon schijnt, de champagne vloeit. En ergens, diep in een castingbureau, ligt hetzelfde formulier weer bovenop de stapel.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
