Soms denk ik: als ik de weerberichten van nu had gehad op mijn schoolplein, was ik nooit geslaagd voor aardrijkskunde. ‘Het warmt op!’ roept Jordi Huirne, alsof hij een prijs wint. En wij kijken toe, met de ventilator op 3 en de hoop dat het binnen blijft. Maar Jordi straalt. Zijn ogen glimmen als de zon op een asfaltweg. Hij zegt het met zo’n enthousiasme, alsof 32 graden in Nederland iets is om te vieren. Een feestje. Een nationale dag. Een ‘weeralarm’, maar dan van blijdschap.
Maar wacht even. Er zijn mensen die dat niet snappen. Ze kijken naar hun verdorde tuin, hun zwetende kind, hun hond die op de tegels ligt alsof hij opgegeven heeft. En denken: waarom klinkt hij alsof hij een gouden medaille heeft gewonnen?
Ik snap de kritiek. Niet omdat het warm is – dat is gewoon weer – maar omdat het klinkt alsof hij het verheerlijkt. Alsof hij zegt: ‘Kijk, Nederland, we hebben het gered! We hebben de zon! We zijn er!’ Terwijl de rest van ons denkt: ‘Ja, maar ik wil gewoon kunnen slapen.’
Maar is dat zijn schuld? Of is het de tijd waarin we leven? Vroeger was het weer iets om over te klagen. Nu is het een show. Met muziek, kaarten, en een man die het zegt alsof hij een filmtrailer vertelt. ‘Het wordt heet. Heel heet.’ Alsof het een thriller is. En wij zitten thuis, met een ijslolly die al smelt voor je hem op hebt.
Misschien is het daarom dat sommige mensen boos worden. Niet vanwege de warmte, maar omdat het voelt alsof iemand lacht terwijl jij je brandt aan je stoel. Alsof het weer een pretpark is, en jij bent vergeten je zwembroek mee te nemen.
Maar Jordi? Die is gewoon blij. En misschien is dat ook wel oké. Misschien mogen weemensen ook blij zijn met zon. Zolang ze maar niet vergeten dat er ook mensen zijn die denken: ‘Alsjeblieft, hou op met stralen.’
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
