Winston Gerschtanowitz loopt weer eens met een koffertje. Maar waarom altijd naar een voordeur op de begane grond? Nooit naar de vijfde verdieping met liftstilstand? Ik zit hier met mijn thee en denk: is het toeval? Of is er iets in het systeem?
Linda de Mol zegt niks stoms. Ze zegt: “Ja, het valt op.” Maar ze zegt ook: “We kijken waar de mensen wonen.” Alsof het toeval is dat elke winnaar een tuin heeft waar Winston doorheen kan lopen. Alsof het toeval is dat er nooit een “hallo, ik woon op 12B” is.
Evert Santegoeds, die weet waar hij over praat, zegt: “Tv-technisch leuker.” Alsof een flat minder leuk is. Alsof een trapklimmer geen goed beeld oplevert. Alsof kijkers niet snappen dat iemand op de zevende verdieping ook een hart heeft. Of een droom over 5 miljoen.
Maar wacht. Is het nu tv-technisch? Of is het gewoon makkelijker? Geen lift die vastzit. Geen buurman die de deur openzet. Geen camera die moet kruipen door een portiek vol brievenbussen. Logisch, misschien. Maar voelt het niet raar? Alsof alleen de mensen met een eigen deur kunnen winnen. Alsof de droom van 5 miljoen alleen voor de begane grond is.
Ik zeg niet dat er iets mis is. Maar ik zeg: waarom nooit een flat? Waarom nooit iemand die zegt: “Kom maar naar boven, ik wacht op het balkon.” Is dat niet net zo spannend? Is dat niet net zo leuk?
Misschien is het tijd voor een nieuwe regel: winnen mag ook op hoogte. Zolang er maar een deur is. En een hart. En een droom. Die hoeft niet op straatniveau te zijn.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
