Er was een tijd dat je na een overlijden eerst een paar maanden zwijgzaam was. Rust bewaarde. Foto’s van de dode bleven binnen. Nu duikt een broer de studio in, maakt een lied, en een ander roept vanachter de bank: ‘Mijn god, jongens, wacht even!’
Dean Saunders, zanger van het moment, vond het blijkbaar het moment om zijn verdriet in een nummer te stoppen. Samen met Frank van Etten – want één is te weinig drama – schreef hij een ode. Muziek als troost, zeggen ze. Maar soms klinkt het meer als een trailer voor een soap.
Guido den Aantrekker, bekend van niks, vond het ‘lijkenpikkerij’. Dat woord gebruik je niet zomaar. Dan moet er iets grotigs zijn. En ja, het overlijden van Ben was schokkend. Plotseling. Vers verdriet. Maar moet je dan meteen in de studio? Of is het juist de enige manier om adem te blijven halen?
Ik zit hier met mijn thee, afstandsbediening in de hand, en denk: waarom nu? Waarom hier? Waarom met camera’s? Want dat is het: het is niet alleen een ode. Het is tv. Het is nieuws. Het is een verhaal geworden.
De familie zegt niks. Of eigenlijk: er staat ‘familie speelt bovendien…’ en dan stopt het. Dus we weten niet hoe ze erover denken. Maar dat is juist het punt. Soms is stilte luider dan een lied.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
