Ik zat gisteren te luieren met een kop thee, afstandsbediening in de hand, en denk je dat ik zat te kijken naar een oude Marco Borsato-optreden? Nee. Ik zat te kijken naar Billy Dans, die zowaar denkt dat Marco Borsato weer terug moet komen. En niet zomaar: hij wil er zelf liedjes voor schrijven. Alsof het een examen is en Billy Dans de docent.
Nou, ik vind het al mooi als Marco Borsato zich weer aankleedt zonder dat het op social media belandt. Maar Billy Dans, die man is overduidelijk serieus. Hij zingt zelf, schrijft voor anderen, en nu ook voor Marco? Alsof Marco een soort comeback nodig heeft zoals een mens een tweede kop koffie nodig heeft.
Maar waarom nu? Waarom hij? Waarom niet gewoon een stille boer op het platteland, met kippen en zo? Marco verdween, en terecht. En nu komt Billy Dans aandragen met: “Ik zou het te gek vinden.” Ja, leuk hoor, Billy, maar ik zou het te gek vinden als mijn wasdroger ooit weer werkte. Prioriteiten, man.
De mediawereld roept het niet. Het publiek roept het niet. Maar Billy Dans roept het wel. En misschien is dat ook wel het probleem. Niet iedereen die zingt, moet ook muziek schrijven voor een comeback die niemand afgelast heeft, omdat hij nooit gepland was.
Ik zeg niet dat Marco nooit meer mag zingen. Maar moet het nou met Billy Dans op de achtergrond, met notities en een tablet? Alsof het een schoolproject is? “Kom terug, Marco, want Billy vindt het leuk.”
Nee. Laat Marco eerst eens rustig zijn thee drinken. Zonder camera. Zonder liedjes. Zonder comeback. En laat Billy Dans gewoon liedjes schrijven voor mensen die al terug zijn. Of beter: voor mensen die nooit weg zijn geweest.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
