Eén optreden. Dat was alles. Eén keer zitten, één keer praten, en dan alweer: ‘Dag, doei, tot nooit meer.’ Voor Estavana Polman moet dat voelen alsof je een gesprek begint op een feestje, enthousiast vertelt over je nieuwe baan, en dan ziet dat iedereen wegloopt. Behalve één man. René. Die blijft. Maar niet om te steunen. Om te saboteren.
Ik zeg niet dat hij haar heeft weggejaagd met een bezem. Maar wel met opmerkingen. Veel opmerkingen. Over hoe ze kijkt. Hoe ze praat. Hoe ze *is*. Alsof tv geen plek is voor verschillende mensen. Alsof VI alleen ruimte heeft voor de ene toon: die van Gijp.
Estavana is geen onbekende. Ze heeft wat meegemaakt, ja. Maar juist daarom dacht je: misschien is zij de frisse wind die VI nodig heeft. Iemand die niet alleen weet wat wedstrijden zijn, maar ook wat het is om te vallen, op te staan, en weer te vechten. In plaats van die kans te omarmen, werd ze onderuitgehaald. Door de sfeer. Door de blikken. Door de man die denkt dat humor altijd boven iemand moet uitstijgen.
En nu? Nu is ze weg. Weer. Net als vroeger. Net als toen bij andere programma’s. Altijd die drempel. Altijd die stemmen. ‘Is ze wel geschikt?’ Alsof geschikt zijn betekent: zwijgen, lachen, en niet té veel voelen.
Maar weet je wat het ergste is? Dat mensen denken dat het niets uitmaakt. ‘Ach, gewoon tv.’ Maar tv is geen niks. Tv is zichtbaarheid. Tv is stem. En als je iemand die stem afneemt, zeg je eigenlijk: ‘Jij hoort hier niet.’
Ik hoop dat Estavana een kop thee neemt. En dan opstaat. En ergens anders gaat zitten. Bij een programma dat *wel* luistert. Bij een plek waar ze niet wordt gemeten aan de maat van een man met een microfoon en een grote mond.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
