Er was een keer een vrouw die dacht: ik ga gewoon zeggen wat ik denk bij VI. En dan bedoel ik echt: zeggen. Estavana heet ze. Voetbalvrouw, bekend, taaie tante. Dacht: ik pak mijn kans. Maar dan komt René van der Gijp. En dan wordt het opeens geen voetbalpraat, maar een soort huiskamerruzie met camera.
Het begon goed, hoor. Estavana zat er, koffie in de hand, net als wij thuis. Maar toen begon Gijp. Je kent dat wel: de ene keer lacht hij, de andere keer kijkt hij alsof hij een aardappel in zijn broek heeft zitten. En Estavana? Die zei: nee, René, zo werkt het niet. En toen – pats – was de sfeer weg. Weg als de afstandsbediening in de bankkussens.
Nu zeggen mensen: ze is er alweer uit. Is ze? Is ze niet? Niemand weet het. Maar Victor Vlam, die weet wel wat hij wil. “Zet Shelly Sterk aan tafel”, zegt hij. Alsof het een menu is. Shelly Sterk – die van de glimlach en de snelle reactie – zou het beter doen, zegt-ie. Mee eens? Misschien. Maar moet je niet eerst eens vragen of Estavana gewoon wat meer tijd wilde? Of gewoon: of ze er nog wíl?
Want zo gaat dat bij VI. Iedereen wil een plekje. Maar als je eenmaal zit, is het: of je lacht met Gijp mee, of je vliegt eruit. En ik zeg niet dat Estavana moest lachen. Ik zeg alleen: misschien had ze gewoon een betere introverhaal moeten krijgen. Of een betere stoel. Of een betere Gijp.
Maar nee. Nu is het: wie is de volgende? Shelly? Misschien. Maar ik zeg: zet nou eens iemand die niks zegt. Iemand die alleen kijkt. Dan weet je tenminste waar je aan toe bent.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
