René Froger zit thuis met een kop thee. Zijn hond ligt te snurken op de bank. De telefoon gaat. Het is Gerard Joling. “Hé René, alles oké?” vraagt hij. René zegt ja. Maar eigenlijk is het dat niet. Hij voelt zich moe. Zijn spieren doen raar. Hij heeft een zeldzame ziekte. Myositis. Maar dat zegt hij niet. Niet nu. Niet hardop. Niet tegen iedereen.
Gerard praat door. Over het weer. Over de nieuwe aflevering van I Can See Your Voice. Over de prijs van tomaten. Alles, behalve dat ene. Want dat ene is taboe. Niet uit boosheid. Niet uit angst. Maar uit bescherming. Alsof het gesprek een glas is dat breekt als je er te hard tegenaan tikt.
Luuk Ikink ziet het aan. En vindt het vreemd. “Waarom zeg je niks?” vraagt hij bijna hardop. Alsof iedereen altijd alles moet zeggen. Alsof zwijgen een fout is. Maar is dat zo? Moet een vriend op tv zijn gevoelens uitspugen omdat iemand anders dat raar vindt?
René is ziek. Niet dood. Nog niet. Maar wel anders. Minder op tv. Minder op het podium. Minder zichtbaar. En Gerard? Die blijft bellen. Niet om vragen te stellen. Maar om te zeggen: ik ben er. Zonder woorden. Zonder drama. Zonder camera.
Misschien is dat juist het moedigste wat je kunt doen. Niet alles vertellen. Niet alles uitleggen. Niet alles delen. Zeker niet in een wereld waarin iedere snik een klik waard is. Waar een ziektebericht binnen een minuut een trending topic wordt. Waar verdriet wordt opgesneden en opgediend met ketchup.
Gerard klapt dicht. Niet uit wrok. Maar uit trouw. En misschien is dat precies waarom Luuk het vreemd vindt. Omdat hij het niet snapt. Omdat hij denkt: als het belangrijk is, moet het gezegd worden. Maar soms is het belangrijkste juist wat je niet zegt.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
