Een keer per jaar zit ik met mijn vriendin op de bank. Dan zegt ze: “Carla, jij zou ook miljonair kunnen zijn.” Dan lach ik. Want ik heb geen goudkleurige stem. Ik heb een oude telefoon die piept. En een bankbiljet van vijf dat ik bewaar als geluksbedel.
Maar Gerard Joling? Die heeft wel een goudkleurige stem. En blijkbaar ook een bankrekening met minstens twee nullen te veel. Twintig tot vijfentwintig miljoen. Zo zei iemand die het zou moeten weten. Iemand met een bril en een oude krant onder zijn arm.
Ik tel het even voor mezelf. Twintig miljoen. Als ik elke dag vijftig euro uitgeef, ben ik pas over 1095 jaar blut. En dan heb ik nog korting.
Maar het is niet alleen het zingen. Het is het kijken. Het lachen. Het opstaan als de regisseur roept: “Geard, jij bent aan de beurt.” Hij doet alles. Hij is zanger, presentator, mopjesverteller met een glimlach die nooit slijt. En blijkbaar ook een meester in het sparen. Of in het niet uitgeven. Want wie heeft er nou een miljoen op de bank staan en draagt nog steeds dezelfde bril sinds 1993?
Ik hoorde ooit dat rijk zijn ook betekent: geen stress over stortingen. Geen slapeloze nachten over de huur. Maar wel een beetje eenzaamheid achter de schermen. Want wie weet of iemand je echt leuk vindt, of alleen je portemonnee?
Toch. Als ik kijk naar Gerard, denk ik: hij lacht te hard om echt verdrietig te zijn. Hij flapt te veel grappen uit om zich zorgen te maken. En hij zingt te luid om stil te staan bij geld.
Dus misschien is het geen twintig miljoen. Misschien is het niks. Of alles. Maar één ding is zeker: als hij morgen stopt met alles, kan hij nog jaren doorleven van de rente. En van de moppen.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
