Herman van der Zandt loopt weer mee in de Vierdaagse. Niet met een rugzak, maar met een microfoon. En opeens denk je: ja, waar is-ie eigenlijk al die tijd geweest?
Dyantha Brooks zegt het fijn uit: hij was ooit dé grote belofte. Alsof er een sticker op z’n voorhoofd zat: “komt goed”. En nu? Nu praat-ie weer over voetblaren en pijnlijke schoenen. Alsof dat de grote droom was.
Ik zeg niet dat het slecht is. Integendeel. De Vierdaagse is heus niet niks. Maar het is wel een beetje alsof je ooit een voetbalschoen kreeg met de woorden “jij wordt Oranje”, en nu loop je vijftig kilometer per dag in een T-shirt van de gemeente Nijmegen.
Misschien is dat juist het punt. Misschien wil hij gewoon rust. Geen spotlights, geen drama’s achter de schermen, geen scripts die om drie uur ’s nachts nog worden aangepast. Gewoon: mensen aanmoedigen, een beetje lachen, en af en toe zeggen: “ja, dat been doet echt pijn, hè?”
Maar toch. Je ziet het aan Dyantha. Ze zegt het niet hardop, maar je hoort het tussen de regels. Een beetje teleurstelling. Niet in hem, maar in hoe de media werken. Iedereen roept “grote belofte!”, en als je dan niet meteen een internationale carrière krijgt, lijkt het alsof je bent afgehaakt.
Terwijl afhaken ook moed is. Of gewoon keuze. Misschien wil hij gewoon geen ster zijn. Misschien wil hij gewoon Herman zijn. Met een petje, een microfoon, en een verhaal over een blaar.
En weet je wat? Dat is ook een soort held.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
