René van der Gijp zegt wat veel mensen denken, maar niet hardop zeggen: Jan Smit is niet de ster van het Gouden Televizier-Ring Gala. En dat is niet gemeen bedoeld, hoor. Gewoon waar.
Ik keek gisteren mee. Kop thee in de hand, afstandsbediening binnen handbereik. En wat zag ik? Peter Pannekoek, rustig, scherp, met een glimlach die zegt: “Ik weet dat dit gekkenwerk is, maar ik speel het spelletje wel mee.” En dan naast hem Jan Smit, die zo enthousiast is als een schooljongen op schoolbal. Fijn, hoor. Maar het is alsof je een regenboogtaart zet naast een zwarte koffie. De een trekt alle aandacht, de ander is gewoon er.
Van der Gijp noemde het “voor lul staan”. Ruig, ja. Maar waar. Niet dat Jan Smit iets verkeerd doet. Hij doet het juist allemaal goed. Maar goed is niet genoeg als je naast iemand staat die het briljant doet. Pannekoek heeft iets wat je niet leert op de presentatieacademie: authenticiteit. Hij kijkt niet alsof hij net een sponsordeal heeft getekend. Hij kijkt alsof hij gewoon zin heeft in de avond.
En dan denk je: waarom doen ze dit eigenlijk? Waarom zetten ze twee presentatoren op één podium als er maar één nodig is? Misschien is dat het echte verhaal. Niet wie het beter doet, maar waarom we blijven geloven dat meer beter is. Terwijl één écht goede stem vaak genoeg is.
Ik zeg niet dat Jan Smit moet stoppen. Hij is leuk, hij is vriendelijk, hij is Nederlands tot in zijn sokken. Maar soms is vriendelijk niet hetzelfde als spannend. En het Gouden Televizier-Ring Gala? Dat zou spannend moeten zijn. In plaats van: “Wat een fijne avond!” lijkt het meer op “Wat een fijne avond!”
Misschien is het tijd voor een nieuwe formule. Eén presentator. Eén stem. Eén kans om écht te zien wie er schittert. En wie er gewoon meeloopt.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
