Nou zit je dan opeens in een onderbroek op tv. Niet omdat je het zo leuk vindt, maar omdat je weer gezien wilt worden. Matthijs van Nieuwkerk dacht: ik doe alles. Eerst het grote denken, nu het kleine kledingstuk. En Peter Pannekoek ziet het. En lacht. Hard.
Hij hoeft niet eens veel te doen. Hij zegt gewoon: ‘Kijk, daar is-ie. In de brief van Van Nieuwkerk.’ En iedereen snapt het. De toon, de blik, het idee dat je ooit boven alles stond… en nu zit je in katoen voor de camera.
Wat is er mis met een man die wil blijven bestaan? Niks. Maar het is wel komisch. Zoals alles wat ooit serieus was, nu moet meedoen met de gekken. Jeroen Pauw vindt het grappig. Liket. Alsof hij denkt: gelukkig ben ik het niet.
Maar het is nooit om de onderbroek. Het is om de val. De man die vroeg: ‘Waarom?’ en nu zegt: ‘Ja, ik draag deze.’ Van analyse naar aankoop. Van filosofie naar reclame. Van Nieuwkerk naar niets. Bijna.
En toch. Hij doet het. Hij staat er. In de kleding, in het licht, in de hoop dat iemand nog kijkt. Dat is menselijk. Maar grappig blijft het. Want wie had gedacht dat de koning van de vraag ‘Wat is waar?’ nu moest verkopen wat je onder je broek draagt?
Pannekoek snapt het. Hij hoeft niet mean te zijn. Hij hoeft alleen te imiteren. En dan zie je het pas goed. De serieuze blik. De vaste stem. En dan: ‘Zacht aan. Voor een zacht gevoel.’
Alsof het een staatsrede is.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
