Renze Klamer zit weer met Robert ten Brink aan tafel. Dat had ik niet zien aankomen. Vorige keer praatte Robert zo lang dat de koffie koud werd. En de gasten erna moesten wachten alsof ze in een rij stonden bij de bakker. Maar goed: mensen veranderen. Of niet.
Ik snap Renze wel. Je nodigt iemand uit, je wilt gastvrij zijn. Maar dan zegt die iemand zomaar: “Ja, en toen dacht ik: waarom niet? En toen belde ik mijn nicht uit Almere, en zij zei…” En dan ben je al twintig minuten kwijt. Terwijl je zelf nog geen tijd had om te zeggen dat je nieuwe slippers hebt.
Toch is Renze niet stom. Hij zei alvast: “Hou het wel kort aub.” Alsof hij een kinderboekje voorlas. “Eén verhaal, dan stoppen.” Alsof Robert een oude stoomlocomotief is: mooi, krachtig, maar als je hem niet remt, rijdt hij door tot Duitsland.
Ik vraag me af: waarom halen ze hem terug? Omdat hij grappig is? Omdat hij echt iets te zeggen heeft? Of gewoon omdat hij een bekend gezicht is, en bekend gezicht is kijkcijfer? Misschien wel. Maar ik zeg: geef hem een klokje. Of een bordje: “Je mag nog vijf minuten.” Zo doen ze dat bij de gemeente, bij de raadsvergadering. Waarom dan hier niet?
Stel je voor: Robert begint weer. “Nou, het begon allemaal in 1987…” En Renze kijkt op zijn horloge. “Robert, je hebt nog drie minuten.” Dat zou een show op zich zijn. Betere tv dan de rest van de week.
Maar goed. Ik hou mijn hart vast. Want als Robert op dreef raakt, dan is Renze verloren. En de redactie ook. En de kijkers. En de afstandsbediening.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
