Wilfred Genee rijdt in een golfkar. Niet om de baan, maar over Curaçao. Samen met Patty Brard en haar man. Ze lachen, zweten, praten. Maar de kijker kijkt ernaar en denkt: waarom?
Het was bedoeld als fris. Een liefdesshow met een vleugje humor, zon en drama. Maar in plaats van kijkcijfers, kreeg Wilfred een pak op zijn broek van de recensenten. “Onhandig”, noemden ze het. Vooral de VI-opmerkingen. Je weet wel: die typische Wilfred-ironie die bij sommigen in de verkeerde keel schiet.
Ik zit op de bank, thee in de hand, afstandsbediening binnen handbereik. Kijk ik dit? Nee. Wil ik dit? Ook niet. Het voelt alsof iemand zegt: “Kijk, ik kan ook serieus!” terwijl hij in een roze badjas de trap af komt dansen.
Wilfred wil dus meer dan alleen presenteren. Hij wil óók acteur zijn, of misschien zelfs psycholoog van de liefde. Maar moet dat nou? De kijker wil geen les, maar vermaak. En vermaak voelt niet als een preek in een zweetshirt op 30 graden.
Patty Brard lacht. Antoine lacht. Wilfred lacht. Maar de kijker niet. En dat is het probleem. In de mediawereld is lachen meestal goed. Maar alleen als het publiek meedoet.
Misschien moet hij gewoon terug naar de bank. Niet in een golfkar, maar in de studio. Daar hoort hij. Daar straalt hij. Niet als liefdesgoeroe, maar als Wilfred. Met een beetje ironie, een vleugje arrogantie, en een heleboel zelfspot.
Maar nee. Nu is hij op Curaçao, in een karretje, met een script en een zonnebril. En ik? Ik zet de tv uit. En zet de ventilator aan.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
