Ik zat gisteren thee te drinken, terwijl de afstandsbediening weer eens onder de bank verdween. Gewoonlijk zo’n moment waarop je denkt: nou ja, leven. Maar toen dacht ik aan Wolter Kroes. En ineens was het geen gewone middag meer.
Want stel je voor: je staat klaar voor een tv-optreden. Je haar zit, je pak zit, je ziel zit… en dan het telefoontje. Je zoon heeft een ongeluk gehad. Zwaar. En toch? Je blijft. Je denkt: ik doe het gewoon. Totdat Johnny de Mol roept: ‘Eruit! Nu!’
Niet ‘rustig aan’, niet ‘gecondoleerd’, nee: ‘Eruit! Nu!’ Alsof het een scène uit een serie is. Maar dit was geen serie. Dit was HLF8. En toch voelde het als tv. Te gek voor woorden, te hard, te snel.
Maar weet je wat ik het meest vond? Dat Johnny niet boos was. Hij was scherp, ja. Maar niet kwaad. Hij stuurde hem weg omdat hij wist: hier hoort een vader niet te zijn. Niet nu. Niet met zo’n bericht.
En daarom juich ik Johnny stiekem toe vanaf mijn bank, met mijn thee en mijn verloren afstandsbediening. Want soms is het meest mediagenieke wat je kunt doen… juist niets doen. Wegwezen. Weg van de camera. Naar huis. Naar je zoon.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
