Soms denk ik: wat zou er gebeuren als wij allemaal een horloge van tachtigduizend euro droegen? Zou de wereld dan opeens vriendelijker zijn? Of juist nog harder? Olcay Gulsen weet het in ieder geval niet meer. Zij heeft het ding gedragen, het nieuws gehad, en nu wil ze gewoon verder.
Het begon met een beroving. Dan al snel: een gesprek op tv. Dan: kritiek. Dan: weer kritiek. En dan, als toetje, een krant die haar ‘superpatser’ noemt. Alsof ze een voetballer is die te veel poseert. Maar zij voelt zich geen winnaar. Ze voelt zich moe.
Ik snap het wel, hoor. Je wordt overvallen, je hebt pech, je wil gewoon bijkomen. En dan staat iedereen te kijken naar je kleren, je horloge, je gezicht. Alsof het een wedstrijd is. Wie heeft er het meeste leed? Wie het meeste geld? Wie het meeste lef?
Maar Olcay is geen personage uit een soap. Ze is een vrouw met een leven. Ze maakt tv, ze werkt hard, ze ziet er goed uit – ja, oké, dat zeggen we erbij. Maar moet je daar nu elke keer voor boeten? Moet elk moment van luxe meteen een oordeel over je karakter worden?
Ik zet de tv aan. Zij zit aan tafel. Ze praat zacht. Ze zegt: “Ik wil naar betere dagen.” En ik denk: ja, wie niet? Wie wil er nou niet weg van de zware weken, de vieze blikken, de vijandige comments?
Maar het punt is: wij kijken. En omdat wij kijken, blijft het duren. Zij wil verder, maar wij trekken haar terug. Met elk artikel, elke kop, elk filmpje. We zeggen: “O, daar is ze weer.” En dan moet ze weer uitleggen. En weer. En weer.
Misschien is het tijd dat wij stoppen. Niet met kijken, maar met oordelen. Niet met vragen stellen, maar met luisteren. Want zij wil niet de ‘superpatser’. Ze wil gewoon Olcay zijn. Zonder horloge, zonder drama, zonder koppen.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
