Nog maar twee keer volle zalen. Voor De Toppers. Vroeger: zes keer Ahoy. Nu: twee keer. En dan nog met z’n drieën. Of eigenlijk: niet meer. Want Marco, Gerard en Jeroen gaan los van elkaar het podium op. Alsof je frietjes zonder mayonaise krijgt. Of een IKEA-kast zonder schroevendraaier. Het hoort bij elkaar. Maar nu blijkbaar niet meer.
Ik zit hier met mijn thee, afstandsbediening in de hand, en denk: is dit het einde? Geen bombarie, geen rook, geen confetti. Gewoon… uitgezakt. Zoals een oude bank. Je houdt van die bank, maar je zit steeds dieper in het midden. Zo voelt dit ook. Geen drama. Geen ruzie op tv. Gewoon: het klikt niet meer. Of het verkoopt niet meer.
En dan ga je solo. Alsof je na twintig jaar huwelijk ineens zegt: “Ik ga mijn eigen weg.” Maar dan zonder scheiding. Gewoon: Marco doet zijn ding, Gerard zingt in een tent, Jeroen doet iets met een orkest. Allemaal leuk, hoor. Maar samen? Dat was de kracht. Drie heren met grijze haren, een vrolijke trui en een nummer uit de jaren negentig. Dat was veilig. Dat was zondagavond. Dat was: “Mam, zet jij nou eens wat leuks op?”
Maar misschien is dat nu voorbij. Misschien is het tijd. De tijd van de solo-act. De tijd van: “Ik ben nog lang niet klaar.” Maar de vraag is: wil het publiek dat nog? Want twee keer volle zalen zegt genoeg. Niet boos, niet gemeen. Gewoon waar. Net als de thee die koud wordt als je te lang nadenkt over het verleden.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
