Ik zat net thee te drinken, toen mijn buurvrouw binnenwipt met haar tablet. ‘Heb je dit al gezien?’ vraagt ze, terwijl ze het scherm onder mijn neus duwt. Paul de Leeuw noemt Israël een agressor en vindt dat ze niet mogen meedoen aan het Songfestival. Mijn eerste reactie? Ik morste mijn thee.
Niet van schok, hoor. Gewoon, omdat ik schrok van de buurvrouw die opeens in mijn keuken stond. Maar goed, het onderwerp. Het Songfestival. Altijd al een beetje gek, dat gedoe. Een Europese feestvreugde met glitter en slechte Engelse uitspraak. En nu dus ook politiek.
Paul zegt: ‘Een agressor hoort daar niet.’ Alsof het Songfestival een clubje is waar je pas in mag als je een vlekkeloos strafblad hebt. Maar sinds wanneer is zingen alleen voor de engeltjes? Dan had ABBA ook niet mogen meedoen. Of Duitsland in 1957. Of, ik weet veel, dat land dat altijd wint met een gek kostuum en een dansende robot.
De AvroTros boycotte dit jaar. Nederland zat er niet bij. Geen Corry en geen gekke jurk van een dragqueen met een fles shampoo in haar hand. En nu vraagt iedereen: doen we volgend jaar weer mee? Of niet? Moet er eerst een vredesakkoord zijn? Wordt het een auditie met morele vragenlijst?
Ik snap de boosheid. Echt waar. Maar moet het Songfestival nou de wereld redden? Of mag het gewoon blijven wat het is: een avond waarop je te laat begint te kijken, de halve finale al misloopt, en uiteindelijk toch blijft hangen bij een nummer van IJsland met een kerel in een papegaaienpak.
Laat Paul zijn mening hebben. Maar ik blijf hopen dat het festival blijft wat het is: onnozel, gekleurd, en af en toe gewoon lekker dom. Want soms is een liedje genoeg. Zelfs als de wereld dat niet is.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
