Bijna de helft van de Nederlandse ‘tech-influencers’ is journalist. Alsof we een nieuwe vorm van naturalisatie hebben ingevoerd: wie een laptop heeft en een column schrijft over AI, wordt automatisch ingezetene van de digitale revolutie. Tyto, het communicatiebureau dat dit overzicht opstelde, presenteert het als een inzicht. Ik noem het een bekentenis van een veld dat zichzelf voor de gek houdt.
Er is niets mis met journalisten. Maar laat ons niet doen alsof hun aanwezigheid in een top-50 van ‘invloedrijke techpersoonlijkheden’ iets zegt over technologische expertise. Het zegt iets over mediakracht. En over de Nederlandse neiging om de schrijver van een stukje gelijk te stellen met de maker van de machine. Alsof de recensent van een F1-wagen zelf ook de Formule 1 ingaat.
De cijfers tonen 45,8 procent journalisten, 31,6 procent ondernemers. Klinkt divers. Tot je beseft dat ‘ondernemer’ in dit jargon alles kan zijn: van de man die een SaaS-startup runt vanuit Eindhoven tot degene die zijn LinkedIn-bio heeft aangepast naar ‘tech-founder’ nadat hij een Canva-template had gekocht. Maar goed, wie telt er nu? De media wel, blijkbaar.
Waar is de schaarste? In échte technologie-expertise. Waar zijn de hoofden van AI-onderzoeksgroepen, de CTO’s van scale-ups die geen persbericht kunnen onderschrijven zonder dat een PR-medewerker huilde, de engineers die code schrijven in plaats van columns over ‘de toekomst van tech’? Nergens. Omdat invloed in Nederland niet wordt gemeten aan impact, maar aan zichtbaarheid. En zichtbaarheid wordt geregisseerd door bureaus die graag zien dat hun cliënten in lijsten staan. Tyto inclusief.
De waarheid? We hebben een overbevolkt landschap van tussensprekers. Mensen die technologie vertalen, analyseren, bekritiseren — maar zelden maken. En dat is prima, als we er maar eerlijk in zijn. Maar noem het dan geen ‘tech-influencers’. Noem het ‘media-influencers die over tech praten’. Dan weten we tenminste dat we een opiniekolom lezen, geen technische roadmap.
En wie profiteert? Uiteraard de bureaus die deze lijsten maken. En de journalisten die erin staan. Want elk noemen van hun naam in een ‘top-influencerlijst’ wordt prompt verwerkt in de LinkedIn-status, het honorarium en de volgende pitch. Een gesloten keten van wederzijdse verheerlijking — gefinancierd uit hetzelfde fonds dat ooit bedoeld was voor innovatie.
De Nederlandse techwereld lijdt aan een rolverwarring. We vragen aan journalisten om visie te tonen, aan ondernemers om buzz te maken, en aan ingenieurs om stil te zijn. Geen wonder dat we achterblijven. Terwijl Duitsland scale-ups bouwt, zijn wij nog steeds bezig met het rangschikken van wie het best kan tweeten over ChatGPT.
De volgende keer dat zo’n lijst verschijnt, stel dan één vraag: wie van hen heeft ooit iets gemaakt dat schaalde? En wie is er gewoon goed in het verkopen van de illusie?
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Tech-influencers Gewoon journalisten in hoodie
Share with friends:
