Er was een tijd dat een telefoontje genoeg was. Een naam, een klik, een gesprek. Nu is elk verzoek tot gesprek een operatie: e-mailrondes, protocollen, drie lagen voorafgaande goedkeuring, en uiteindelijk een ‘nee, sorry, niet handig nu’. Journalisten worden niet meer afgewezen – ze worden systematisch genegeerd. En niemand in een woordvoerdersrol ziet de schade die dat aanricht. Tot het te laat is.
We noemen het nog steeds ‘mediarelaties’, maar relaties zijn er niet meer. Er is geen vertrouwen, geen wederkerigheid, geen gesprek. Alleen een trage afbraak van toegang, verpakt in beleefd verzet. Een ‘niet handig nu’ is nooit toeval. Het is een patroon. En dat patroon heet lafheid.
Want natuurlijk heeft elke woordvoerder ‘een goede reden’: de crisis is nog te vers, de boodschap nog niet rond, de CEO is in vergadering. Maar opgeteld? Dan is elke reden een steen in een muur die nu al tot de hemel reikt. En wat overblijft? Een mediawereld die geen toegang meer heeft – en dus gaat graven. Omdat je, als je niet wordt toegelaten, gaat graven.
De grote organisaties begrijpen nog steeds niet dat openheid geen risico is, maar macht. Dat een goede relatie met een journalist geen ‘gunst’ is, maar een strategisch bezit. En dat je, als je iedereen buitensluit, uiteindelijk alleen staat – met een stuk of twintig stukken die je niet zag aankomen.
Wie vandaag de deur dichtdoet, beseft niet dat hij morgen de persconferentie moet verzilveren. Dan is het te laat. Dan is de relatie dood. Dan is er alleen nog schadebeperking.
En schadebeperking is geen strategie. Het is een ziektebeeld.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
De deur die niet terugslaat
Share with friends:
