Er is weer een vliegtuig op Schiphol geland. En weer stapt Dries Roelvink uit, netjes in zijn driedelige pak. Alsof hij zojuist van een begrafenis komt of een deal sloot in een James Bond-film. Maar volgens Dries zelf: helemaal niet zijn stijl. Hij baalt ervan. Niet van de vlucht. Niet van de bagage. Nee, van dat pak. Dat ding dat altijd om zijn lichaam hangt als hij uit een vliegtuig stapt.
Want waarom draagt hij dat eigenlijk? Vraag het aan de mensen die foto’s maken. Of aan de mensen die denken: ‘Hij is beroemd, dus hij moet eruitzien als een man die een vergadering heeft met zichzelf’. Maar Dries wil gewoon een hoodie. Of een spijkerbroek. Iets wat je ook draagt als je naar de supermarkt gaat. Niet alsof je op weg bent naar een galabal waar niemand lacht.
Toch zien we het steeds weer. De zanger, de showbizz-man, de man-met-de-koffie-in-zijn-hand, altijd in pak. Alsof het een uniform is. Net als stewardessen, maar dan saaier. En nu zegt hij eindelijk: ik wil dit niet. Maar niemand luistert. Want het beeld is belangrijker dan het gevoel. En het beeld van Dries in pak verkoopt beter dan Dries in joggingbroek.
Misschien is dat het echte probleem. Niet het pak. Maar dat we denken dat beroemdheden altijd serieus moeten zijn. Alsof ze geen kou hebben, geen zin in comfort, geen hekel aan stropdassen. Alsof ze op Schiphol moeten aankomen als een minister, terwijl ze gewoon een mens zijn die een beetje moe is van de security-checks.
Maar goed, de volgende keer dat je Dries ziet in zijn driedelige look, denk dan niet: wat ziet hij er professioneel uit. Denk: arme jongen, hij zit vast in zijn eigen imago. En misschien, heel misschien, mag hij volgende keer gewoon een T-shirt aantrekken. Zonder commentaar. Zonder drama. Zonder pak.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
