Er is een man die ooit lachte op podiums, nu lacht hij niet meer. Ferry Doedens. Zijn naam noem je nu met een zucht. Alsof je een kop koffie inschenkt die al koud is.
Najib Amhali, ook geen onbekende in de wereld van lachen en verdriet, zegt het ronduit: “Het wordt alleen maar erger en slechter.” Geen dramatische uitspraak. Gewoon een constatering. Zoals zeggen dat het regent als je nat wordt.
Er was een tijd dat Ferry de spot dreef met het leven. Nu drijft het leven de spot met hem. Documentaires tonen zijn val. Niet als show, maar als waarschuwing. Je ziet geen glans, geen glimlach. Alleen een man die worstelt met zichzelf.
En dan is er nog de Belastingdienst. Die wacht niet. Die rekent wel. Terwijl jij in de put zit, stuurt de overheid een brief. Geen medeleven. Alleen cijfers.
Ik denk aan mijn eigen afstandsbediening. Die werkt altijd. Zet ik op iets vrolijks? Nee. Dan zie ik Ferry weer. Niet als entertainer. Als mens. Iemand die struikelde. En nog niet opgepakt is.
Waarom kijken we toch? Omdat we hopen dat hij opstaat? Of omdat we bang zijn dat het ons ook overkomt?
Verslaving is geen keuze. Maar wel een gevolg. Van pijn. Van eenzaamheid. Van te veel druk. En te weinig steun op het moment dat je zakt.
Ferry had publiek. Had roem. Had geld. Maar had blijkbaar niet wat echt telt: iemand die zegt: ‘Ik zie je. En ik blijf.’
Zo’n kliniek waar Najib nu werkt, is geen wonder. Het is een plek waar mensen proberen te hervinden wat ze verloren. Maar je moet willen. En Ferry? Die zegt dat hij nog niet op de bodem is.
Dus waar eindigt het?
Misschien pas als iemand echt luistert. Niet naar zijn verhaal voor tv. Maar naar zijn stilte.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
