Er lag een kruimel op tafel. Eentje maar. En toch leek het alsof iedereen die zag, behalve de gastheer. Zo voelde het ook in De Oranjezomer, waar Francis van Broekhuizen met een kruimel van een stelling binnenkwam: homoseksualiteit wordt minder geaccepteerd, en dat komt door extreemrechts. Alsof iedereen meteen moest kiezen: of je eet de kruimel op, of je veegt hem weg.
Maar dan klinkt er een stem: ‘Maar ik hoor jou nooit over Amsterdam-West!’ Alsof iemand plots een heel ander bord op tafel zet. En dan begint het. Geen zacht gepraat meer. Nee, Francis ontploft. ‘Onzin!’ roept hij. Alsof hij een aria zingt, maar dan zonder muziek. Zonder orkest. Alleen met gevoel.
Want waar gaat het over? Over wie wel en wie niet het woord mag voeren? Moet je eerst bewijzen dat je over de wijk praat voordat je over rechts mag oordelen? Of mag je gewoon zeggen wat je denkt, ook al kom je uit een andere wereld dan Amsterdam-West?
De tafel raakt warm. Niet van de koffie. Nee, van de spanning. En ik zit thuis, met mijn afstandsbediening in de hand, en denk: waarom wordt dit altijd zo groot? Alsof elke mening een duel moet worden. Alsof je eerst je paspoort moet laten zien voordat je mag praten.
Maar misschien is dat juist het punt. Niet wie het zegt, maar waarom het gezegd wordt. En waarom anderen het niet horen. Want het gaat niet om Marokkanen. Het gaat niet eens om extreemrechts. Het gaat om wie zich aangesproken voelt. En wie zich buitengesloten.
En dan, net als ik denk: laat maar, het is weer zo’n avond, zeg ik tegen mezelf: wacht. Dit is precies waarom we deze gesprekken moeten voeren. Niet omdat ze makkelijk zijn. Maar omdat ze nodig zijn. Ook al eindigen ze met een ontploffing.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
