Nou zeg. Ik zat gisteren thee te drinken, afstandsbediening in de hand, en dan lees ik dat Job Knoester Marco Borsato niet in de buurt van zijn dochter wil hebben. Alsof het een auditiereeks is voor ‘Wie van de drie is mijn kind?’. Maar nee. Het is weer eens serieus. De ene ziet Borsato zingen, de ander ziet rode vlaggen.
Ik snap het wel, hoor. Als je vader bent, kijk je scherper. Dan is het niet meer ‘o, daar is Marco, leuk hoor’, maar ‘wacht, is dat niet degene over wie iedereen twijfelt?’. En dan denk je: mijn kind, mijn verantwoordelijkheid. Geen risico’s. Geen vage sfeer. Geen ‘ja maar hij zei…’. Nee. Gewoon: afstand. Zoals je ook geen onbekende laat meedoen aan een knuffelronde bij de schoorsteen.
Maar dan denk ik ook: waarom praat niemand over de moeders? Zitten die dan niet wakker? Of denken die: ‘o, Marco, die ken ik van tv, die is toch niet gek?’. Alsof bekendheid automatisch veiligheid betekent. Alsof je met een glimlach en een paar hits van vroeger ineens je strafblad kwijt bent.
En Johan Derksen zegt weer wat. Dat hoor je steeds vaker: Derksen ergert zich. Aan mensen. Aan discussies. Aan gezeur. Alsof het 1985 is en we alleen maar over voetbal mogen praten. Maar nee hoor, het is 2024, en we mogen vragen stellen. Ook als het ongemakkelijk is. Ook als iemand ooit goed zong.
Want het gaat niet om of hij mag zingen. Het gaat om of hij mag komen. In de buurt. Bij jonge mensen. Bij families. Bij kinderen. En daar heeft Job Knoester een duidelijk standpunt in. Niet: ‘ik haat hem’. Niet: ‘hij is een monster’. Maar: ‘hij komt niet bij mijn dochter’. En dat is geen roddel. Dat is een grens. En grenzen zijn niet dramatisch. Grenzen zijn gezond.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
