Eén moment dacht ik: daar zit-ie weer, Joop, met zijn chequeboekje. Maar nee. Deze keer was het een advertentie. Groot. In de krant. Voor kunst. Voor cultuur. Voor stilte tussen het geknal van de politiek. En toch: Johan Derksen vond het belachelijk.
Niet omdat kunst niets waard is. Nee, hij vond Joop belachelijk. Omdat hij weer eens met geld komt schuiven. Alsof een cheque alles oplost. Alsof je met een dikke donatie de aandacht van Nederland kunt kopen. Alsof culturele zorg begint op papier.
Maar Joop, 84, denkt daar anders over. Hij ziet leegte. Geen podium. Geen licht. Geen geld. En dan pak je je pen. Of je chequeboek. Wat jij. Hij schreef een advertentie. Niet een column. Niet een tweet. Een hele pagina. Voor de kunst. Voor de mensen die niets zeggen. Maar hij zegt het wél.
En dan komt Derksen. Altijd klaar met een mes. ‘Die man is belachelijk!’ Zegt-ie. Niet zacht. Niet in een mailtje. Nee, op tv. Voor iedereen. Alsof hij de waarheid heeft opgegeten. Alsof humor harder telt dan een cheque.
Maar wie heeft gelijk? Joop, die betaalt? Of Johan, die lacht?
Misschien is het allebei. Misschien is het precies daarom zo Nederlands. Iemand doet iets moois. En dan wordt-ie uitgelachen. Omdat we bang zijn voor groot. Voor serieus. Voor emotie.
Maar Joop lacht niet terug. Hij betaalt gewoon. Weer.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
