Wilfred Genee zegt iets. Johan Derksen schrikt. En ik zit hier met een kop thee, denkend: is dit nu serieus of een sketch?
Het begon met een grap. Of misschien was het geen grap. Johan praat weer over seks. Wilfred zegt: “Hou op, Johan.” En opeens is de hel los. Alsof iemand zijn lievelingssnoep wegsleepte. “Bah,” zegt Johan. Niet “bah” zoals bij een rotte appel. Nee, “bah” zoals wanneer je wordt behandeld alsof je 80 bent en niet 80+.
Hij dreigt met vertrek. Echt waar. “Als je me nog één keer vermaant, ben ik weg.” Alsof VI een klaslokaal is en Wilfred de juf met een liniaal. Maar wacht… is het dat eigenlijk niet? Vijf mannen, een tafel, en elke dag dezelfde ruzie over voetbal, vrouwen en wie er nu echt de baas is. Alleen dan met meer grijze haren.
Waarom vinden we dit nog leuk? Omdat het echt voelt. Omdat Johan echt kwaad is. Niet gespeeld. Echt. Alsof je opa zegt dat hij nooit meer meegaat naar de supermarkt als jij weer zegt dat hij te veel snoertjes koopt.
Maar is het leeftijdsdiscriminatie? Of gewoon een man die niet wil dat iemand zegt dat hij moet ophouden met grappen over borsten? Misschien is het allebei. Misschien is Johan gewoon niet meer cool genoeg voor de tijd van nu. Maar hij wil wel blijven. En dus moet hij schreeuwen: “Ik ben nog steeds hier!”
En wij kijken toe. Met onze thee. En onze afstandsbediening. En denken: moet ik dit serieus nemen? Of gewoon lachen en dooklikken?
Het is VI. Het is altijd een beetje gek. Maar als Johan echt weggaat, dan is het ook weer raar. Want zonder Johan is het geen VI. Dan is het gewoon Wilfred en een stille stoel.
Dus blijft hij. En blijft hij zeuren. En blijft Wilfred zuchten. En wij blijven kijken. Omdat het gek is. En echt. En een beetje triest. Maar vooral: gewoon Johan zijn.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
