Soms denk ik: wat is nou familie? Is het genoeg dat je dezelfde achternaam hebt? Of moet je ook iets voelen? Mart Hoogkamer heeft die vraag blijkbaar al beantwoord. En zijn antwoord is: nee.
Zijn vader zit vast. Omdat hij gek is geworden van de tokkie. Of misschien was hij dat al. Wie weet. Maar wat wel duidelijk is: Mart wil er niks mee te maken hebben. Niet met de gevangenis, niet met de krantenkoppen, niet met de schande. Hij zegt: ‘Ik weet niet waar hij nu verblijft.’ Alsof hij het over een buurman heeft. Of een ex-vriendje.
Maar het is zijn pa. Zijn eigen vlees en bloed. En toch. Geen telefoontje. Geen briefje. Geen ‘hé, alles goed?’ vanaf afstand. Niks. Alsof hij verdwenen is. Van de radar. Van het leven.
Ik snap het wel, hoor. Als je vader in het nieuws komt omdat hij door het lint is gegaan met drugs, dan wil je ook niet per se dat mensen naar je wijzen. ‘Hé, daar zit de zoon van die gek.’ Nee, dank je. Beter om weg te lopen. Weg te rennen. Weg te vliegen.
Maar het zegt wel iets, toch? Dat je, als volwassen man, nog steeds moet kiezen: mijn naam of mijn vader. En dat je kiest voor je naam.
Ik vraag me af of Mart ’s avonds, met een kop thee voor de tv, soms denkt: waar is hij nu? Wat doet hij? Zou hij spijt hebben? Of is het allemaal één grote puinhoop geworden? En dan denk ik: misschien is het makkelijker om dat niet te weten.
Familie is niet altijd een warm bad. Soms is het een koude douche. Of een cel in een gevangenis. En dan moet je kiezen: blijf je staan, of loop je door?
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
