Twee namen verdwijnen van het slagveld. Edward Knol van Initiative. Frank Bitter van PHD. Geen drama, geen openbare rouw, geen emotionele LinkedIn-post met ‘dank voor de jaren’ — gewoon: weg. Alsof ze werden uitgefilterd in een algoritme dat performance evalueert op netto opbrengst en niet op netwerkmachts. En daar, precies daar, ligt de kern van wat er écht gebeurt binnen Omnicom Media.
Dit is geen personeelswisseling. Dit is een strategische sanering. Een stille, kille herziening van wie er nog echt draagt — en wie allang alleen nog draagt aan de mythe van vroeger. Knol en Bitter stonden voor een tijd waarin ‘relaties’ nog als troef golden, waarin een telefoontje met een media-inkoper meer opleverde dan een dashboard. Maar we leven niet meer in die tijd. We leven in een tijd waarin een foutieve forecast sneller wordt opgemerkt dan een mooie lunch bij De Belga.
Omnicom is geen familiebedrijf. Het is een kapitaalconglomeraat dat geen boodschap heeft aan sentimentele overstapjes of ‘jarenlange dienst’. Het enige wat telt: ROI, schaal en sluitingspercene. En als de cijfers niet liegen, dan zijn er blijkbaar mensen die al lang geen added value meer leveren — zelfs al droegen ze een titel die klinkt alsof ze de media-industrie hebben gered in 2008.
De gesprekken met opvolgers zijn gaande, zegt men. Mooi. Want wie nu wordt aangesteld, moet niet kunnen ‘inspireren’ of ‘verbinden’. Hij of zij moet kunnen schalen, automatiseren, en in tijden van margin-druk de winstlijn rechttrekken zonder te knipperen. Geen tijd meer voor ‘culturele fit’. De nieuwe generatie moet passen bij de machine — niet bij de kroeg.
De les? In tijden van transformatie vallen de decoraties van het front. En wat overblijft, is de harde kern: wie draagt, blijft. Wie niet, verdwijnt — zonder rouwplechtigheid, zonder laatste woorden. Alleen stilte. En een vacature.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Omnicom verliest zijn ridders
Share with friends:
