Aran Bade denkt: ik vraag het gewoon. “Mis je Robbert Hinfelaar?” En Patricia Paay, die staat daar, midden in de zon, met haar hand nog half boven haar ogen, en zegt: “Nee.” Gewoon. Pats. Alsof ze ‘n thee bestelt.
Maar dan klinkt er ineens een stem van achter de camera. “O, ik hoor net dat ik dit niet mag vragen.” Alsof iemand per ongeluk op de stopknop van een gevoelsrobot heeft gedrukt.
De opnames van de nieuwe reallifesoap over Patricia, haar dochter Christina en haar vader Adam zijn in volle gang. En blijkbaar is de regie nog bezig met het uitzoeken waar de grens ligt tussen ‘echt’ en ‘te echt’. Want een vraag over een ex? Die mag dus niet. Of toch wel, maar dan niet beantwoorden?
Ik snap de spanning wel. Als je een soap maakt over een familie die al jaren in de schijnwerpers staat, wil je natuurlijk geen puinhoop. Maar juist dat moment – als Patricia zegt wat ze denkt, en dan wordt afgekapt – daar gaat het over. Niet over Robbert, niet over Adam of Christina, maar over wat we wel en niet mogen horen.
En of we als publiek eigenlijk een interview willen of een gecontroleerde presentatie. Want als de manager zegt: “Niet vragen”, dan weet je: daar zit iets. Iets wat pijn doet. Of ongemakkelijk is. Of gewoon waar.
Maar goed, ik zit hier met mijn thee, afstandsbediening in de hand, en ik denk: laat haar toch praten. Als Patricia Paay zegt dat ze iemand niet mist, dan geloof ik haar. En als ze emotioneel wordt, dan huil ik mee. Maar als iemand achter de schermen zegt: “Niet over die man praten”, dan wil ik juist weten wie hij is.
Dus bedankt, Aran Bade, voor het stellen van de domme vraag. Die vraag die iedereen denkt, maar niemand durft te zeggen. En bedankt, onzichtbare regie, voor het duidelijk maken dat er dingen zijn die ‘niet mogen’. Want daar, precies daar, begint het interessante verhaal.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
