Een muziekfestival lanceert een campagne om onbekende artiesten te ontdekken. Op papier klinkt dat als cultuur, als passie, als een hart onder de riem. Maar wanneer je de cijfers ziet — of beter gezegd: wanneer je ziet dat er geen cijfers zijn — dan herken je het patroon: een feelgoodverhaal als dekmantel voor een businessmodel dat nooit is uitgedacht.
Bar-le-Duc, een naam die klinkt alsof hij ontsproten is aan een wijnproeverij in de Ardennen, roept nu op tot Bar4Bar. Vier nieuwe artiesten, van eerste noten tot eerste spotlight, gefilmd, geprofileerd, gepropt. Geproduceerd door Crocodile Agency, die blijkbaar denkt dat storytelling genoeg is om een carrière te bouwen. Alsof talent een product is dat je in een case study kunt stoppen.
Maar wie verdient er eigenlijk aan deze ‘ontdekking’? De artiest? Die krijgt een optreden, een paar duizend streams, en een cv-regel die niemand leest. Het festival? Die krijgt content, buzz, en een warm gevoel in het maatschappelijk bestuur. En de agency? Die krijgt een case op hun website, met een quote van een ‘trots’ projectleider.
Maar waar is het verdienmodel? Waar is de schaalbaarheid? Waar is de ROI voor de kunstenaar?
Dit is geen talentenjacht. Dit is culturele compensatie. Alsof je met een goed verhaal de markt kunt forceren. Alsof het genoeg is om iemand op het podium te zetten, zonder te vragen of er iemand staat te wachten. De echte barrière voor opkomend talent is niet gebrek aan kansen — het is gebrek aan strategie. En geen enkele campagne met een hippe naam verandert daaraan iets.
Misschien is het tijd dat festivals ophouden met doen alsof ze redders zijn van de popmuziek. En beginnen met vragen: wat levert dit op? Voor wie? En wie betaalt?
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Talent zonder retour
Share with friends:
