Een inspectie met een budget uit de jaren tachtig, een media-ecosysteem dat overleeft op klikken, en een medicijn dat slank maakt zonder bewegen – natuurlijk loopt dat fout. De IGJ, die zichzelf ziet als de laatste burcht van medische integriteit, heeft tienduizenden euro’s aan boetes uitgedeeld aan mediatitels die reclame voor Ozempic vermomd hielden als journalistiek product. Maar laat me je iets zeggen: wie denkt dat dit censuur is, heeft nooit een balans gezien. Dit is disciplinaire marktcorrectie. En die is hard nodig.
De media? Ze hebben de grens niet verlegd – ze hebben hem verbrand. Artikelen die beginnen met ‘Mijn doorbraak met Ozempic’ en eindigen met een link naar een online apotheek zijn geen verhalen. Het zijn verpakte leadgeneratiecampagnes, geserveerd met een vleugje zelfoverschrijding. En ja, het werkt. Mensen kopen. Advertentie-inkomsten stijgen. De redactiebudgetten worden gered. Maar wie betaalt de prijs? De wantrouwende patiënt. De versufte consument. De gezondheidszorg, die straks tienduizenden mensen behandelt die denken dat een injectie een lifestyle-accessoire is.
Maar de echte hypocrisie? De uitroep van ‘censuur’. Alsof de persvrijheid in gevaar is omdat je niet meer mag doen alsof een advertorial een repore is. Alsof een journalistiek platform het recht heeft om een farmaceutisch product te promoten zonder etiket, terwijl een apotheker nog steeds minimaal vijf minuten moet uitleggen wat bijwerkingen zijn. Alsof we in een wereld leven waarin ‘creatieve inspanning’ opweegt tegen medische verantwoordelijkheid.
De IGJ doet haar werk. Zij zijn niet de vijand van de vrije pers – zij zijn de enige die nog durft te zeggen dat zwart zwart is, terwijl de rest van de sector al jaren met grijstinten op de balans speelt. Een boete van tienduizenden? Mocht ik een media-ondernemer zijn, dan zou ik dat beschouwen als een signaal om serieus te worden. Maar kennelijk is het makkelijker om over censuur te jammeren dan om een fatsoenlijk redactioneel beleid te ontwikkelen.
De toekomst van media ligt niet in het verbergen van advertenties achter tranentrekkende verhalen, maar in het durven zeggen wat het is: commercie. Noem het bij naam. Verkoop het met stijl. Maar doe niet alsof een artikel over ‘mijn nieuwe lichaam’ nog iets met journalistiek te maken heeft. Want dat heeft het niet. Het heeft met omzet te maken. En daar mag je best trots op zijn – zolang je niet doet alsof het cultuur is.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Ziekte marketeers boeten af
Share with friends:
