De vis ligt al in de koelcel, maar de geur van sentimentaliteit hangt nog rond. Fish Tales, een merk dat zich al jaren voordoet als de redder van de Noordzee, besluit nu om een chef-kok van wereldformaat aan te voeren als troefkaart: Jamie Oliver. Alsof duurzaamheid niet verkocht kan worden zonder een Britse showman erbovenop.
Laat me duidelijk zijn: als je een duurzaam product hebt, verkoop het dan op basis van schaal, efficiëntie en margin. Niet op een glimlach van een man die ooit een pesto recept deelde op Insram. Deze samenwerking is geen strategische move — het is een noodkreet van een merk dat beseft dat consumenten niet kopen op ethiek, maar op branding. En branding heeft nu eenmaal een gezicht nodig, liefst met een accent en een beetje vlees op de botten.
Oliver is geen onbekende. Hij weet hoe je een pan laat roken voor de camera, hoe je een moeder schuldgevoel aanjaagt over fastfood. Maar wat levert dit op? De cijfers? Daar houden we ons hier aan. Fish Tales hoopt op een lift in marktaandeel, maar ik zie vooral kosten. Promotiebudgetten die opgaan aan reisjes naar Londen, aan productiefilmpjes met close-ups van limoenschijfjes, terwijl de echte winst zit in de logistieke keten — die niemand ziet en niemand wil zien.
Prime Video had er een realityserie van kunnen maken, maar gelukkig blijft het bij een ‘langdurige samenwerking’. Hoe langdurig? Tot het contract afloopt of de ROI onder de 12% zakt. Geen idee. Maar wel duidelijk: dit is geen keuze vanuit kracht, maar van zwakte. Een merk dat zichzelf niet kan verkopen zonder een beroemdheid als buffer.
Als je wilt overleven in de retailvissector, moet je snijden, koelen, schalen en schalen en schalen. Dan heb je geen kok nodig. Je hebt een operationeel plan nodig. En een beetje lef.
De markt eet geen vis — de markt eet marges. En daar is Jamie Oliver net zo nutteloos in als een plastic vork in zee.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
