Slechts weinig mensen in dit land hebben ooit het woord ‘smaak’ serieus genomen. Harry Obdeijn deed dat. Niet als esthetische snob, maar als man die wist dat stijl een vorm van discipline is. Zijn dood, op 79-jarige leeftijd, is geen tragische verrassing – de man had zijn tijd gehad – maar wel een moment van reflectie. Want wat is er over van smaak in een tijd waarin de mediawereld inzakt onder het gewicht van eigen spotlights en zelfbedienende ‘content’?
Obdeijn was geen artiest in de zin van luidruchtig talent. Hij was een stilzwijgende dirigent van de nuance. Zijn columns – scherp, nooit bitter – droegen de precisie van een goed geslepen mes. En als copywriter? Daar lag zijn ware kracht. Hij schreef niet voor het oog, maar voor het oor. Zijn zinnen klonken alsof ze al jaren in de lucht hingen, wachtend op iemand die ze hardop durfde te zeggen. In een tijd waarin reclame nog adem had, wist hij hoe je een boodschap liet landen zonder te schreeuwen. Ironie was zijn tweede adem. Maar nooit als verdediging. Altijd als wapen.
Amsterdam, zijn levensveld, heeft hem zien komen en gaan. Geen flamboyante afscheid, geen laatste podium. Hij verdween zoals hij verscheen: met een glimlach die suggereerde dat hij de grap kende, en jij niet. En dat was precies de kracht van de man. Hij had geen behoefte aan erkenning. Maar dat betekent niet dat hij er geen recht op had.
Vandaag wordt er gesproken van ‘authenticiteit’, alsof het een app is die je kunt downloaden. Maar Obdeijn leefde het. Zijn ironie was geen pose, maar een houding. Een manier om de wereld te lezen zonder erin op te gaan. Terwijl anderen schreeuwden om aandacht, stond hij erboven. Zijn media-aanwezigheid was nooit dominant, maar altijd dominant genoeg. Want wie echt iets te zeggen heeft, hoeft niet te roepen.
In een tijd waarin elk mediakind met een laptop zichzelf tot ‘stem van de generatie’ kruipt, is Obdeijn’s nalatenschap een stille provocatie. Hij was geen influencer. Hij was een gevoel. En gevoel kun je niet monitoren, niet meten, niet schalen. Daarom haat de huidige media-ecosfeer hem stiekem. Want hij bewees dat je niets hoeft te zijn om alles te zijn.
De toekomst van de media? Die ligt niet in de handen van degenen die het hardst schreeuwen, maar in degenen die nog weten wanneer ze moeten zwijgen. Of in elk geval: wanneer ze moeten glimlachen.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Een man die wist wat smaak is
Share with friends:
