Gisterenavond zag ik hem weer. Ali B. Liggend. Met een lamp in zijn gezicht. Niet op een podium, niet in een rechtszaal, maar in een stoel. Bij de tandarts. Alsof hij een gewone man is die zorgen heeft over zijn gebit, en niet over zijn reputatie.
Op RTL Boulevard openden ze met beelden van zijn Insram-story. Zijn mond wijd open, de camera dichtbij. Een moment dat je normaal met je arts deelt, niet met 300.000 volgers. Maar ja, hij is niet zomaar iemand. Hij is Ali B. En hij is weer terug. Op social media. In beeld. In gesprek.
“Dit is misplaatst”, zei de voice-over. Alsof het té veel is. Alsof we hem niet mogen zien. Niet nu. Niet zo. Niet terwijl er nog zoveel vragen hangen. Maar waarom dan juist dit moment als opening van het journaal? Omdat het makkelijk is. Omdat het zichtbaar is. Omdat het klikt.
Maar ik vraag me af: waarom tonen we hem in de tandartsstoel, maar niet in de spreekkamer van de psycholoog? Waarom laten we hem zijn kroon tonen, maar niet zijn schaamte? Is dit nieuws? Of is dit afleiding?
We kijken naar zijn gebit, maar niet naar zijn daden. We zien de lamp, maar niet het schaamrood. En dat is precies het probleem. We maken hem klein met een close-up van zijn kiezen, terwijl hij groot is in de publieke ruimte. Te groot soms. Te present.
Ik zit hier met mijn thee. Kijk naar het scherm. En denk: moet ik medelijden hebben? Of wantrouwen? Hij lacht in de camera. Alsof alles weer normaal is. Maar niks is normaal meer.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
